
MEPPEL – De politie heeft in de nacht van zaterdag op zondag een 22-jarige man uit Rouveen aangehouden. De man wordt er van verdacht eerder die nacht een 16-jarige jongeman uit Havelte te hebben mishandeld in een uitgaansgelegenheid aan het Prinsenplein. Op aanwijzingen van het slachtoffer kon de man worden aangehouden. Hij is overgebracht naar het politiebureau. Er wordt proces-verbaal opgemaakt.

De politie heeft in de nacht van zaterdag op zondag een 19-jarige man uit Hasselt aangehouden. Surveillerende agenten liepen over het Prinsenplein toen zij een harde knal hoorden gevolgd door een auto die er met hoge snelheid vandoor ging.
Vermoedelijk ook drugs in het spel
Hierop kreeg de bestuurder van de auto een stopteken. Daar bleek dat de beschonken man een auto had aangereden op de parkeerplaats naast de Notenboomstraat en vervolgens was doorgereden. De man blies als beginnend bestuurder 660 ug/l bij de ademanalyse. Het rijbewijs van de man is hierop ingevorderd. Tevens bestond het vermoeden dat de man mogelijk drugs zou hebben gebruikt. Er is een bloedproef afgenomen. Er wordt proces-verbaal opgemaakt.
" Van stevig geluid naar de kracht van het in de huidige wereld onbekende en welhaast beangstigende. De stilte. We houden er niet van. We willen geluid, want geluid is leven. Stilte zoeken en vinden is voor ons een opdracht, welhaast een uitdaging. We doen dat op de 4de mei van ieder jaar. We gaan van spreken met elkaar naar zwijgen en luisteren naar de voetstappen en uiteindelijk komen we tot stilstand in volkomen stilte. Een moment waarop alleen de natuur om ons heen nog geluid maakt. Het is de natuur waarin wij mensen dag in dag uit onze luidruchtige weg vinden.
Op het Jeugdappel citeerde ik uit een brief van 10 juni 1940 de volgende woorden: “Juist deze week was ik nog op de plaats waar uw dierbare zoon een verraderlijken dood moest sterven. Niets herinnert thans nog aan de ontzettende gebeurtenissen die zich daar hebben afgespeeld. De natuur is daar weer even vredig als voorheen, en men kan zich niet voorstellen dat in zo’n rustige natuur enige jongens op gewelddadige wijze de dood moesten vinden.”
Ook in deze woorden horen we terug dat de natuur eigenlijk het toneel is waarop wij mensen acteren. Wij komen en wij gaan en na ons vertrek rest de natuur en haar vanzelfsprekende rust. De natuur hoeft geen inspanning te plegen om vredig te zijn, om vrede te vinden en om vrede te huisvesten.
Voor mensen is vrede vinden en in vrede leven moeilijk. Het zit niet in onze natuur om steeds rekening te houden met de ander. En zelfs als we daarvoor ons best doen dan nog kennen we allemaal momenten dat we dat rekening houden met de ander even vergeten. Dat zijn de momenten waarop eigen belang sterker wordt gevoeld dan het belang van ons allen. Bewust nemen we dan het risico dat we de vrede verliezen, of moet ik zeggen: we kiezen positie tegenover de ander in de hoop dat de ander zich neerlegt bij wat in ons belang is. Dit gevaarlijke spel spelen we al zolang we het woord belang kennen. En of dat nu wordt opgetuigd in de vorm van “eigen belang” of “algemeen belang”; het blijft altijd draaien om ik tegenover de ander, wij tegenover zij en ons nationaal belang tegenover het belang van een ander natie.
De vraag die zich opdringt is of we in de wereld van het hier en nu boven onszelf uit zouden kunnen stijgen. Of we bereid en in staat zijn om ons eigen belang ter discussie te stellen ten behoeve van het belang van vrede in de wereld, vrede in ons land, vrede in onze stad.
Als je onbevangen in het leven staat dan lijken de antwoorden op de vragen die het leven ons voorschotelt eenvoudig te vinden. Natuurlijk - zo zullen we zeggen - zijn we, ben ik bereid om voor vrede mijn eigen belang op te offeren. Als je er dieper over nadenkt, dan wordt het toch nog ingewikkeld. Want de vraag is dan of de ander, of beter gezegd, alle anderen genegen zijn tot eenzelfde eenduidig antwoord. Uit mijn vraagstelling blijkt al dat ik zelf ook vraagtekens heb bij wat de ander gaat doen. Die vraagstelling raakt ook een veel diepgaander emotie van de mens. En dat is de emotie die gaat over het vertrouwen in de ander. Met elkaar zijn we namelijk heel goed in staat om te benoemen dat vrede een groot goed is voor iedereen. Vrede brengt namelijk veiligheid voor het individu. Brengt voorspoed voor het individu.
Allemaal waar, maar zodra die voorspoed onevenredig wordt verdeeld, terwijl we er allemaal – door eigenbelang secundair te maken - evenveel aan hebben bijgedragen, ontstaat de discussie over de vraag hoe eerlijk het verdeeld is. Dan steekt het woord belang weer de kop op. Verdedig wat je hebt ten koste van de ander. Val aan omdat mij in mijn belang onrecht wordt aangedaan. Zo ontstaat de vicieuze cirkel waarin de mens zich altijd al heeft bevonden. Hij vertrouwt de ander niet echt.
De kunst is om evenwicht te bereiken en dat evenwicht te behouden. Een illusie, maar wel één die we best mogen herkennen en bespreekbaar maken. Want laten we eerlijk zijn naar elkaar. Wij zitten ook in een wereld waarin we prachtige abstracties als wereldvrede en veiligheid voor alle mensen die deze aarde bevolken, met elkaar moeten blijven nastreven. En toen ik het woord “nastreven” opschreef, schoot mij als vanzelf het woord bevechten te binnen. Wereldvrede en veiligheid voor alle mensen is namelijk niet te bereiken door er alleen over te praten. We zullen ons er voor moeten inspannen om, dat wat we als stad en als land al 67 jaar als kostbaar bezit koesteren ook te garanderen voor onze kinderen. We zullen bij dreiging van verlies van vrede en vrijheid op moeten staan. Opstaan voor vrede en veiligheid.
Maar hoe doe je dat. Ik ga terug naar het moment van vanavond. De twee minuten die we stil stonden. Stil waren om ons in de herinnering te roepen dat er vele duizenden jonge mensen sneuvelden. Eerst in 1940 toen wij de vrijheid verloren en daarmee de vrede verloren. Later, in de oorlog, toen vele duizenden jonge mensen sneuvelden bij het herwinnen van de vrijheid om ons de vrede te schenken.
Wie waren die mensen, wat dreef hen? Als hen de vraag zou zijn voorgelegd of zij ten strijde zouden willen trekken om de bedreigde vrede te bewaken, wat zou dan hun antwoord geweest zijn? Als hen de vraag, toen het eenmaal oorlog was, was voorgelegd om zich aan te melden om de vrijheid terug te krijgen, om te vechten voor vrijheid? Zouden zij dan allemaal volmondig ja hebben geantwoord. Als degenen die streden aan de zijde van de geallieerden kennis zouden hebben gehad van de stranden van Normandië, van hun overlevingskansen gedurende die eerste minuten, uren, dagen ten tijde van de invasie, zouden ze dan vol overtuiging ja hebben geantwoord op de vraag om mee te strijden, om zich vrijwillig aan te melden?
Ik stel die vragen omdat die mij hebben bezig gehouden bij het schrijven van deze herdenkingsrede. Ik zou ook graag antwoord willen hebben op die vraag omdat het antwoord voor ons - mensen van 2012 - richting zou kunnen geven bij de vraag of wij wel genoeg doen om de vrede te bewaken, of wij bereid zouden zijn op te staan voor vrede. Of vinden wij dat vrede hebben zo normaal is, dat we ons nauwelijks meer bewust zijn van bedreigingen van die vrede.
Daarom, terug naar de vragen over de mensen van toen. De mensen die zich in hun vrijheid bedreigd voelden, de mensen die de vrede hadden verloren. Hoe gingen zij met daarmee om? Ik heb een brief van de militair die sneuvelde op de eerste oorlogsdag. De militair die vocht voor behoud van de vrijheid en dat bekocht met de dood in een natuur en in een landschap dat dat gevecht aanschouwde. Ik vertelde daar eerder over in het begin van mijn rede. Die militair schreef op 22 september 1939 een brief aan de Minister van Defensie. Hij vertelde dat hij 24 jaar was en inmiddels in 1937 met groot verlof was gegaan als korporaal. Hij vertelde dat hij in het burgerleven inmiddels een goede betrekking had en leiding gaf. En hij vroeg de Minister om hem in aanmerking te laten komen voor een opleiding tot onderofficier. Enkele weken later werd hij opgeroepen om het land wederom te dienen. Hij ging en nog geen 6 maanden later was hij dood. Zijn lichaam rust op de Grebbeberg.
Voor mij was deze brief een antwoord van iemand die de dreiging kende en de dreiging onderging. Niet alleen voor zichzelf maar ook voor zijn familie, voor zijn omgeving. Iemand die desondanks zich niet verschool. Iemand die vol overtuiging zijn land wilde dienen om de vrede te behouden. Hij kon niet anders.
Zo waren er velen, naast ook degenen die geen keus hadden, Maar ook zij die geen keus hadden vochten uit overtuiging, dachten aan wat was en wilden vrede, wilden veiligheid. Misschien wel in de eerste plaats voor zichzelf en voor hun familie, maar met elkaar voor iedereen die toen in ons land de veiligheid en de vrede kwijt raakten.
Toen de periode van onvrijheid aanbrak stonden er opnieuw mensen op. Zij legden zich er niet bij neer. Zij meldden zich vrijwillig aan om, naast de velen uit andere landen, het gevaar te zoeken en in veel gevallen de dood te vinden. Zij die streden werden geïnspireerd door het woord vrijheid. Vrijheid van denken, vrijheid van spreken, vrijheid van leven.
Alleen in tijden van vrede is die vrijheid gewoongoed. Realiseren we ons dat vandaag nog wel? Vrijheid kunnen we met volle teugen inhaleren als we vrede hebben. Als we vrede bewaken. Als we voor vrede opstaan en bereid zijn onze nek uit te steken door ons te melden als de vrijheid bedreigd wordt, omdat de vrede verloren dreigt te gaan.
De vraag aan de mensen van toen is ook een vraag aan de mensen van nu. Een vraag aan u, aan mij, aan al degenen in ons land die vergeten zijn waarom het op de 4de mei gaat. Aan al degenen die aan die momenten van stilte voorbij leven, omdat ze er niet bij stil willen staan, of niet bij stil staan.
Tijdens de twee minuten herdenken we degenen die zijn gevallen voor onze vrijheid. Herdenken we het leven dat zij opofferden voor de vrijheid en de vrede die wij nog steeds hebben. Maar we kunnen dat moment ook even gebruiken om ons zelf een vraag te stellen bij al die gevallenen. De vraag wat ons antwoord zal zijn als wij bedreigd worden in onze vrijheid, wat is ons antwoord als de vrede in gevaar komt? De vraag ook of wij nog wel het belang van vrede voor onze veiligheid op waarde weten te schatten. En als de vraag is gesteld, laten we dan ook een antwoord aan onszelf geven. Of denk er in ieder geval over na, als we nog twijfelen, of geen goed antwoord kunnen bedenken. Misschien overvalt de vraag u wel. Maar de stilte die wij hebben ervaren vanavond, is niet alleen terug kijken, maar ook om ons heen kijken en vooruit kijken.
Want ook wij – op 4 mei 2012 - hebben belang bij een goed antwoord aan onszelf, en niet alleen voor onszelf, maar ook voor de ander in dit land, in deze stad, in deze gemeente. Vrede is namelijk uw en mijn vrijheid. Wat gebeurde in de Tweede Wereldoorlog mag nooit meer gebeuren. We schrijven het op en spreken het uit. Laat het ons gezamenlijk belang zijn om dat vandaag, morgen, elke dag van ons leven waar te blijven maken. Laten die woorden nooit zonder inhoud of betekenis voor ons en onze kinderen worden.
Laten we niet vergeten hen die de keuze toen en nu voor vrede en vrijheid maakten, maar slachtoffer werden van degenen die de ander de vrijheid en vrede niet gunnen.
Wij zijn hen veel verschuldigd.
Reacties